Schrikken van 17,8 miljoen inwoners (En waar stopt de groei? Is dit wat we willen?)

Gelukkig mag er weer hardop over een vol land gesproken worden. Er verschijnen krantenartikelen en tv-programma’s waarin ongegeneerd het woord “vol” gebruikt wordt. Dat is weleens anders geweest.  In de tijd van Pim Fortuyn, dus rond 2001, was dat minder gepermitteerd. Pim zei letterlijk “Ik zal niet zeggen dat Nederland vol is maar wel behoorlijk druk. In mijn ogen zelfs een beetje te druk”.

Er is over een breed front een personeelstekort. Dat betekent dat er maximaal buitenlandse arbeidskrachten worden aangetrokken. Daarnaast is er een duidelijke instroom van asielzoekers.  In hun kielzog mensen om de familie te herenigen.

Maar eerst het tekortschietend binnenlands aanbod.

 

VAN DEELTIJD NAAR VOLTIJD
Om de arbeidsinbreng van Nederlanders te vergroten zijn diverse voorstellen gedaan. Het gaat vooral om vrouwen die tot de parttimers gerekend kunnen worden. Er is kort geleden geopperd een bonus ter beschikking te stellen aan parttimers die meer gangbare werkweken willen maken. Ik herinner me zelf ook al eens voorgesteld te hebben de betaling rianter te maken voor degenen die meer uur willen maken.  Gezondheidszorg en onderwijs zouden daar zeer mee gediend zijn. In vakbondskringen werd het idee, hoger uurbedrag naarmate je meer uren maakt, discriminerend genoemd. Het verwerpen van een complete werkweek wordt nu gemotiveerd door de bewering dat alles wat je meer verdient grotendeels wegbelast wordt.

Overigens wordt van overheidszijde tegengesproken dat dagen langer werken,  niet de moeite waard zijn.   Van iedere € 100 houden velen netto € 60 over.  Er zal door de mopperende vrouwen  ten onrechte aan toeslagen gedacht kunnen zijn die kleiner worden of verdwijnen als je meer gaat verdienen. En we praten in dit geval ook over toeslagen in de vorm van  overheidstegemoetkomingen om in schrijnende gevallen bij te springen als de wasmachine het begeeft. Goedbedoelde toeslagen kunnen maatschappelijk onpraktische gevolgen hebben. Afgezien, zo haast ik me toe te voegen, als een andere dienst de ontvanger criminaliseert.

Nederlandse vrouwen blijken zeer gehecht aan parttime werken. Als het gaat om falende  kinderopvang zouden betere oplossingen te realiseren zijn. Het draait echter niet alleen om kinderen tot een zekere leeftijd. Vrouwen willen parttime werken ook al hebben zij (nog) geen kinderen. Ze gaan meestal ook niet langer werken als de kinderen zichzelf kunnen redden of de deur uit zijn.

Mijn kapster bijvoorbeeld zoekt stagiaires. Helaas willen die niet meer dan  drie dagen per week werken en zeker niet op de koopavond en op Zaterdagen.

Zou het probleem opgelost zijn als de stap naar voltijd gemaakt wordt daartoe verleid door een een bonus ?  Gaan deeltijdvrouwen echt langer werken als de honorering  naar boven is bijgesteld. Wringt daar echt de schoen? Het lijkt mij zinvol eerst een enquêteonderzoek in te stellen. Met een kleine steekproef komt de werkelijkheid al boven water.

Een andere manier om tot een hogere bruto beloning te komen is door ons belastingstelsel aan de voet minder progressief te maken. De Staat zal behoefte hebben aan een budget-neutrale aanpassing.   De vrouwen waar het hier vooral over gaat zullen in de meeste gevallen tot de categorie rond modaal behoren.

 

LATER MET PENSIOEN
Daarnaast is te overwegen de leeftijd van pensionering te verhogen, al dan niet vrijwillig.  Er is al een stap gezet door de geijkte leeftijd van 65 op de duur naar 67 te brengen. We verkeren in de uitzonderlijke situatie van arbeidstekorten in alle sectoren en bedrijfstakken. Er zou op degenen die later willen stoppen of reeds gepensioneerden die bereid zijn terug te keren, een beroep gedaan kunnen worden nog een paar jaar te werken. Je blijft van nut en voor jou een aantrekkelijke honorering en/of verbeteren van je pensioenopbouw.

 

MINDER BUITENLANDSE ARBEIDSKRACHTEN
De overbelaste arbeidsmarkt heeft tevens tot gevolg dat er veel buitenlandse werknemers aangetrokken worden. Die zijn er in twee varianten. EU werknemers die hier aan de slag kunnen zonder nationaliteitsproblemen; zij kunnen zich zelfs hier vestigen. Daarnaast niet-EU werknemers waarvoor andere regels gelden. Wat blijft hier hangen van de Roemenen en andere Oost-Europeanen.

De volgende valkuil kan zijn de statushouders, de vluchtelingen die in onze samenleving kunnen blijven met alle voordelen van dien. Je hoort aantallen van 50.000 per jaar. Vijftig duizend is de bevolking van plaatsen als Heerenveen, Kampen, Purmerend, Helmond.. Statushouders wordt zelfs een sociale huurwoning  in het vooruitzicht gesteld. Het is voor de hand liggend dat zij een bijdrage aan het arbeidsproces leveren en niet te snel op de aantrekkelijkheden van de Nederlandse verzorgingsstaat terugvallen. Te vaak valt te vernemen dat de immigrant zich snel meldt tot de bijstand of tot een werknemersverzekering.

Er zijn belemmeringen voor immigranten, nog zonder verblijfsvergunning ,om te werken. Zij mogen op dit moment een afgemeten 24 weken per jaar betaald werk verrichten. De procedures tot toelating kunnen veel langer in beslag nemen.  Deze beperking geld niet voor Oekraïners die, volgens Europese verordening, terstond en zonder veel beperkingen  aan het werk kunnen. Sprekend zijn de UWV cijfers waar de werkgever moet melden een Oekraïner te hebben aangenomen. Er zijn thans 46.000 Oekraïners in Nederland aan de slag. Dat is de helft van alle  hier aanwezige Oekraïners.

Belangrijke vraag is of asielzoekers, voor wie nog geen beslissing is genomen, ook niet voluit aan werk zouden mogen. Er is een proces tegen de overheid over dit onderwerp in aantocht.

Bovendien is het aanbevelenswaardig   de Nederlandse bevolking duidelijk te maken, welke verplichtingen, naast rechten,  er gelden voor statushouders en niet-statushouders. Er kan gepleit worden voor vergaande cijfermatige openbaarmaking van de gebeurtenissen rond opgenomen asielzoekers. De argwaan die mogelijk bij veel Nederlanders leeft, kan, bij positieve bevindingen, verminderd worden. Blijkt de argwaan terecht dan dient Nederland tot beleidsaanpassingen over te gaan.

 

GEEF DE NEDERLANDSE BEVOLKING HET LAATSTE WOORD
De bevolkingsgroei, de opzet van dit artikel, zou velen best kunnen verontrusten. Alleen een bevolkingspeiling kan gaan tonen, hoe de immer doorzettende bevolkingsgroei beoordeeld wordt. Peilingen in vroeger jaren tonen dat de meeste Nederlanders zich toen al keerden tegen verdere bevolkingsgroei.

Bij volgende bevolkingsonderzoeken  hoeft het niet alleen te gaan over voor of tegen bevolkingsgroei. Ook gevoelige onderwerpen kunnen aan bod komen. Er zouden vragen opgenomen kunnen worden over mogelijke aantasting van de Nederlandse identiteit.

Mijn vroegere beleidsonderzoekorganisatie (Bureau Lagendijk) in de toenmalige vorm  bestaat niet meer anders zou dit een eervolle taak zijn.

 

VOLGENDE KEER HUIZENBOUW
Een volgend artikel zal gewijd zijn aan huizenbouw, De laatste uitspraak van de Raad van State zal niet de doodsteek zijn  voor alle bouwplannen. De roep om  een forse uitbreiding van het aantal woningen in dit land zal blijven bestaan. Ook dat betekent een groter bebouwd oppervlak waar weer meer wegen naar toe zullen leiden.